Werken met straatkinderen in Nicaragua
Margret Meerwein vertelde na haar terugkomst op een EIRENE-bijeenkomst over haar werk als "senior" EIRENE-vrijwilliger in een project voor straatkinderen in Nicaragua.
„In Nicaragua werkte ik voor IMPRHU (Institutio de Promotion Humana). Zij hebben diverse projecten. Ik werkte bij NATRAS (Niños, niñas y Adolescentes Trabagadores). Deze kinderen en jongeren moeten werken om mee te helpen het inkomen van hun gezin te verdienen. Veel van deze kinderen wonen in een krot aan de rand van de stad, dikwijls in een één oudergezin. Zij worden bewust geen straatkinderen maar werkende kinderen genoemd. Het nadeel van werken is dat slechts weinig kinderen naar school gaan. Daardoor is het uitzicht op beter werk in de toekomst gering. IMPRHU probeert de kinderen steun te bieden door:
- Bijeenkomsten voor deze kinderen te organiseren
- Leiders, die de kinderen uit hun midden kiezen, te trainen
- Kostenloze begeleiding bij het huiswerk aan te bieden
- De kinderen te stimuleren naar school te gaan en dit het hele jaar vol te houden
- Contact te leggen met leerkrachten als er problemen zijn
- Conflicten in de familie en conflicten in de buurt op te lossen of te voorkomen
- Te bemiddelen bij de financiële kosten die er zijn als je naar school gaat (schooluniform, boeken, schriften pennen etc. moet een leerling zelf betalen)
- Uit te leggen aan de kinderen wat hun arbeidsrechten zijn.
- Seksuele voorlichting te geven.
- Te bespreken hoe je omgaat met huiselijk geweld.
Voor het begin van het schooljaar hield IMPRHU een soort campagne met geluidswagen. We reden door de wijken waar deze kinderen wonen en wezen op hun rechten. Je mag (je moet) naar school. De school kost niets, want onderwijs is gratis. Meld je aan! (in Nicaragua moet dat ieder jaar opnieuw). Ook spraken we de kinderen persoonlijk aan. Heb je je al opgegeven? Als er problemen waren gingen we met de kinderen mee. Het kwam ook voor dat een gezin 6 weken vertrok om in Costa Rica mee te helpen met de koffie oogst en zo wat geld te verdienen. Dan was het moeilijk het kind daarna weer naar school te laten gaan, maar met overleg lukte het meestal wel.
Voor de leerkrachten organiseerden we workshops. De kinderen verzuimen soms school omdat zij moe zijn. Ook komen er spanningen voor op het werk Als de leerkrachten hier meer begrip voor hebben zullen zij een kind minder gauw van school sturen en het wat extra aandacht geven. Ook snappen zij dan beter dat de leerling niet altijd zijn huiswerk heeft gemaakt (in de meeste Zuidamerikaanse landen ga je een halve dag naar school, de leerkracht heeft ’s morgens een klas en ’s middags een andere klas; de ‘natras’ werken de andere helft van de dag).

Met de werkgevers waren er soms ook problemen. Als het kind iets kapot maakte, moest het dit vaak vergoeden. Wij bezochten dan de werkgever en legden uit dat dit tijdens het werk gebeuren kan en dat je zeker een kind daar dan niet aansprakelijk voor mag stellen. In enkele gevallen waren er problemen met de betaling. Kinderen die in de huishouding werkten kregen soms alleen eten en kleren. Ook werden zij daar wel eens geslagen. Wij probeerden dit dan door een gesprek op te lossen. Omdat de organisatie IMPRHU goed bekend staat konden we vaak heel wat bereiken.
Als je de kinderen vroeg waarom zij werkten dan kreeg je als antwoord:
- Ik werk omdat wij het geld nodig hebben om te overleven middot
- Ik werk om mijn schoolspullen te kunnen betalen
- Ik werk want ik wil geen dief worden
- Als ik geld verdien is mijn moeder trots op mij
De kinderen hadden ook wensen:
- Wij willen niet uitgebuit worden
- Wij willen niet uitgescholden worden
- Wij willen met respect behandeld worden.
Een enkele keer konden we een uitstapje organiseren naar een zwembad of park. Deze kinderen hebben veel te weinig tijd om te spelen en vriendschappen te sluiten. Ze zijn zeer zelfstandig en leren al jong voor zichzelf op te komen. Van 6 tot 8 jaar zijn zij dikwijls schoenpoetser, van 8 tot 10 jaar helpen zij om producten op de markt te verkopen of werken in de huishouding. Daarna krijgen zij soms ander werk bijvoorbeeld bij een fietsenmaker.
IMPRHU moet helaas veel tijd besteden aan fondswerving en kan daarom niet zoveel voor de kinderen doen als de organisatie zou willen. Niet alles lukt. Sommige kinderen maken hun school niet af. Maar er zijn ook jongeren die inmiddels beter werk gevonden hebben omdat zij kans zagen hun diploma te halen en nog een vak te leren."
Door dit werk heeft Margret volgens eigen zeggen een heel andere kijk op ‘straatkinderen’ gekregen, een veel positiever beeld.


