Wat de vredesdienst met mij gedaan heeft
Nieuwe ervaringen - nieuwe inzichten
Onderstaand verslag van voormalig EIRENE-vrijwilliger Mechtild Eisfeld verscheen eerder als hoofdstuk in het boek "Tretet aus Euren Schuhen; Wege im Friedensdienst der Alteren" van Friedrich Grotjahn en Rudiger Mack (eds, 1994). De vertaling is van Pieter Lagas.
dahinein werden wir verwandelt,
und wir kommen, wohin wir schauen'
daarbinnen worden we veranderd,
en we bereiken waar we onze blik op richten.’
Hoe het komt dat dit inzicht voor mij zo belangrijk is geworden? Ik probeer een antwoord:
- Het geeft mij het vertrouwen dat te bereiken wat ik graag zou willen.
- Het dwingt mij voortdurend tot nadenken over wat het dan wel is wat mij voor ogen staat.
- Het wijst mij steeds weer op mijn persoonlijke grenzen en tekortkomingen.
Van dat laatste punt word ik mij meer bewust naarmate ik gerichter naar nieuwe wegen zoek. Ik heb ervaren dat het gevangen zijn in mijn eigen geschiedenis mij belemmert. Mijn manier van denken, mijn levensgewoonten, mijn eisen die ik aan het leven stel, het is allemaal als een zware steen die ik aan een ijzeren ketting achter mij aansleep. Ik voel dat het me beheerst. Ik wil eruit, mezelf zijn, mijn natuurlijke weg vinden. Is die er?
Bijna drie jaar zijn er verstreken sinds mijn terugkeer van de vredesdienst in de Verenigde Staten. Ze zijn gevuld met gebeurtenissen, ontmoetingen, gevoelens, ideeën, fantasieën. Maar ook met hartzeer, triestheid, woede, angst en vertwijfeling. Ik kon het leven wat ik toen liet vallen niet zomaar weer oppakken. Waar moest ik me op richten? Wat had zin?
Zeventien maanden Verenigde Staten en aansluitend twee maanden Midden Amerika hadden me veranderd. Ze waren voor mij ‘eye-openers’ zoals de Amerikanen zeggen, ze hebben me de ogen geopend. Die andere omgeving waarin zoveel plaatsvond stelde me in staat de wereld waarin ik leef vanuit een bepaald standpunt te beschouwen. De wereld van de armen van zo dichtbij meemaken bracht een fundamentele schok teweeg. De armen, de mishandelden, de rechtenlozen, de vrouwen in het vrouwenhuis in Virginia, de daklozen in Californie, de kleine boeren in Nicaragua, de straatkinderen in Guatemala, de vrouwen in El Salvador die de brute daden van het regiem openbaar maken….Ze waren allen mijn leermeesteressen. Ze hebben mij aan hun kant getrokken. Ik weet nu uit eigen ervaring wat ik in theorie allang wist: dat mijn zorgeloze, gemoedelijke leventje slechts mogelijk is dankzij de armoede van tweederde van de wereldbevolking en dat ik er met mijn dagelijkse levensstijl voor zorg dat die armoede voortduurt.
Hoe moet ik deze ervaringen verwerken? Hoe moet ‘mijn leven na Amerika’ eruit zien? Als voortzetting van mijn werk in de Verenigde Staten nam ik me voor sociaal werk te gaan doen. Natuurlijk zonder diploma want van huis uit ben ik lerares. Slechts met moeite en een goede motivatie kwam ik aan een tijdelijk contract voor het werken met vluchtelingen en oude mensen. Intussen zijn deze contracten afgelopen en heb ik geleerd waar ik niet geschikt voor ben: in een hiërarchische arbeidsverhouding staan en het systeem dienen op kosten van mijn ethische overtuiging.
Die oude mensen en vluchtelingen laten mij intussen niet los. Mijn ouderen begeleiden mij verder. Ze maken mij duidelijk welk een last de ouderdom is voor diegenen die geen privileges genieten. Ze zetten mij met betrekking tot mijn eigen oud worden aan het denken en ze helpen mij dankbaar te zijn dat ik nu nog gezond ben, kan opstaan, geen pijn heb, de hemel en de wolken kan zien en de merel op de tv-antenne kan horen zingen.
Ook de vluchtelingen houden mij voortdurend bezig. De gesprekken met hen, hun noodlot en de situatie waarin ze bij ons leven – voor zover ze dat nog mogen – heeft me diep aangegrepen. Het heeft me politiek geradicaliseerd en tot een strijder gemaakt. Tot een strijder tegen een systeem dat de mensen in andere delen van de wereld laat verpauperen en het hen mogelijk maakt elkaar met onze wapens te vermoorden. Een systeem dat met infrarood camera’s en wapens deze voor oorlog en armoede vluchtenden buiten ons land probeert te houden. Het is een beschamende wederopbouw van de muur die in 1989 voorgoed geslecht leek te zijn.
Ik sloot mij aan bij een politieke groep van waaruit we probeerden aandacht voor het probleem te krijgen en de vluchtelingen voor aanhouding en uitzetting te behoeden. De nachtelijke politieactie waar ik bij was geroepen en waar een van mijn jonge Roemeense vrienden het slachtoffer van werd was me niet in de koude kleren gaan zitten. Maar wat konden we uiteindelijk meer doen dan de machine van de Bonner politiek voortdurend achterna lopen? Ik was aan het eind van mijn energie en had een leeg gevoel.
Welke mogelijkheden waren er nog meer? Omdat ik tijdens mijn vluchtelingenwerk veel Roemenen had leren kennen besloot ik naar hun land te reizen om te zien waar we deze mensen zo harteloos naar terugsturen. Ik heb gevonden wat ik vreesde: armoede, rommel, vertwijfeling. Ik ontdekte echter ook nog wat anders: ik trof mensen die niet konden bevatten dat ik zonder enige reden naar hun land kwam. Ze waren dankbaar en verheugd en hebben me met hun hartelijkheid en gastvrijheid omringd. Ze voelen zich door het Westen vergeten en geminacht en hebben menselijke aandacht net zo hard nodig als materiele hulp.
Na mijn terugkeer heb ik mijn begeleidergroep uit de tijd van mijn vredesdienst aan- geschreven en om bijdragen gevraagd. Zo werd de verbinding gelegd tussen toen en nu. Een stuk continuïteit in mijn werk en tegelijk de verzekering van verdere begeleiding.
Bij mijn tweede reis naar Roemenië nam ik een naaimachine voor twee werkloze vrouwen en geld voor twee jonge artsen mee die daar inmiddels een kleine praktijk mee hebben opgestart. Die twee lieten mij weten verdere begeleiding en bijscholing door het Westen zeer op prijs te stellen. Mijn derde bezoek in deze zomer had daarop aansluitend een ander zwaartepunt: ‘creatieve omgang met conflicten’ luidde het thema waar ik samen met deze bevriende artsen, hun collega’s en verdere geinteresseerde mensen in twee projecten heb gewerkt. Zij vonden plaats in Oost Moldavië. Daarmee kom ik op een vakgebied dat mij sinds mijn terugkeer uit Amerika opnieuw bezighoudt en me de mogelijkheid biedt listig en opbouwend handelen met elkaar te verbinden. Het is conflictbeheersing ofwel bemiddeling in conflicten. Ook deze nieuwe interesse is niet denkbaar zonder mijn ervaringen uit de tijd van de vredesdienst.
Ik had de conflictbeheersing in Amerika tijdens mijn drie weken voorbereidingstijd in het kader van ‘Brethren Volunteer Service’ leren kennen maar later ook weer uit het oog verloren. Na mijn terugkeer liep ik er toevallig -via EIRENE- opnieuw tegenaan. Is het toeval? Ditmaal werd de vonk een vuur. Ik greep het aan. Ik nam aan cursussen deel en begon snel dat wat ik al geleerd had verder te verdiepen. Ik kon er samen met de andere deelnemers gestadig naar toe werken.
Bij de conflictbeheersing worden de grondelementen van de geweldloze methoden ingezet: meningen aanhoren en respecteren, gevoelens -het eigen gevoel en dat van anderen- waarnemen en onderscheiden, de zaak helder krijgen zonder de andere persoon te beschadigen, een oplossing vinden die geen verliezer oplevert. De derde partij, neutraal in de zin van onpartijdig, helpt bij het helder krijgen van de zaken en is dus helper en geen scheidsrechter.
De methode kent al vele toepassingen, ook steeds meer in maatschappelijke en politieke conflicten. Het biedt de mogelijkheid conflicten geweldloos op te lossen en wordt mogelijk onmisbaar in de vredesarbeid. Voor de bloedige gevechten in voormalig Joegoslavië biedt de methode nog geen oplossing maar vredesactivisten worden inmiddels ook daar opgeleid en verrichten op veel plaatsen verzoeningsarbeid op elementair niveau. Met een bezoek aan Kosovo hoopt de vredesbeweging met de uitzending van ‘Peace Teams’ een escalatie van geweld te voorkomen.
In samenhang met dit werk is het thema geweld-vrijheid steeds belangrijker geworden in mijn leven. Natuurlijk speelt de actuele politieke en sociale situatie bij ons een belangrijke rol. Mensen die de problemen die buitenlanders en andere zwakkeren met zich meebrengen met geweld willen oplossen kunnen rekenen op de stilzwijgende goedkeuring van een groot deel van de bevolking, en ze hebben nu meer de zekerheid dat de politici in Bonn voor hun druk buigen en regels naar hun voorstellen aanpassen (vgl. het asieldebat)
Mijn werkveld wordt ook breder en integreert het thema ‘gedrag in crisissituaties’ ook in het werk met groepen die zich voor de verandering van geweldstructuren in de samenleving willen inzetten. De meeste waar ik mee samenwerk zijn jonge mensen, sommige hebben mijn leeftijd en enkele zijn ouder. Het is een vruchtbare samenwerking, onmisbaar voor dit soort werk. Samen vinden we steeds weer nieuwe kracht, nieuwe ideeën en de moed verder te gaan en niet vertwijfeld te raken.
Tot zover de samenvatting van ‘mijn leven erna.’ Er is veel veranderd. Natuurlijk speelt daarin ook mee dat ik aan het begin van mijn vredesdienst juist een tijdperk had afgesloten: het einde van de moederrol, beëindiging van het huwelijk. Dat ik de stap kon wagen dankte ik aan een samenloop van duizenden kleine dingen en het feit dat ik bijzondere mensen ontmoette die mij gesterkt en aangemoedigd hebben en niet hebben nagelaten mij op mijn nieuwe weg te begeleiden en te steunen.
Ik ben benieuwd wanneer ik precies zal weten wat ik wil. Ik ben benieuwd waarheen mijn weg zal leiden. Misschien weet ik het aan het eind van mijn leven. Ondertussen zet ik mijn kleine eenvoudige stappen. Wellicht beschrijf ik ook cirkels die steeds wijder worden. Ik wil graag eindigen met een gedicht van Rilke, dat ik al sinds mijn schooltijd ken:
die zich
uitstrekken over de
dingen,
ik zal
de laatsten wellicht
niet volbrengen,
maar
proberen wil ik
het.’
die sich uber die Dinge ziehn,
ich werde den letzten vielleicht nicht vollbringen,
aber versuchen will ich ihn'


