De
werkdag in geglobaliseerd Europa
Een vrijwilligersdienst met daklozen in Roemenie
Onderstaand verhaal verscheen eerder het EIRENE-nieuws van juli 2006.Hansjürgen Engel werkt sinds februari 2005 met het EIRENE-vrijwilligersprogramma voor senioren in het Goede Huis, een instelling voor daklozen mannen in Sibiu, Roemenië. De afgestudeerde journalist is een meester in het observeren. Door de mannen, die zich aan de rand van de samenleving bevinden, krijgt hij zicht op wat werk in een Oost-Europees lage lonenland voor de betrokkene betekent.
“Als ik in
het “Goede
huis” kom zit Iztvan met een bedrukt gezicht in de keuken. Ik
zet
koffie voor ons. De 42-jarige is in het begin van de week bij een
kleine onderneming in dienst gekomen.
Zoals Itsvan vergaat het vele mannen die tot de sociaal zwakgemaakten behoren. Sommige gaat het nog slechter. Zij werken een hele week en krijgen niets – geen vast werk en geen geld. Op deze schandelijke wijze leven veel kleine ondernemingen van de ene opdracht naar de andere: over de rug van vertwijfelde mensen, die in hun nood alles accepteren waar geld voor beloofd wordt en er dan als gefrustreerde stomkoppen bijstaan.
Wanneer
Hubert ’s avonds vanuit zijn werk weer in het
“Goede
Huis” komt, kun je de frustratie van zijn gezicht aflezen.
Hij
heeft werk gevonden in een Italiaanse schoenenfabriek. De eerste
werkdag zit erop. Ik zet koffie voor ons en vraag hem te gaan zitten en
over zijn ervaringen iets te vertellen. Acht uur heeft hij aan de
lopende band gestaan en de gemaakte schoenen moeten strijken, zo
vertelt hij. Voor mij een amusant idee: dat schoenen gestreken moeten
worden nadat ze hun leren jas aangemeten hebben gekregen. Maar Hubert
kan er niet om lachen.
Plotseling - zo vertelt hij verder - begon een sirene luid te loeien en alle arbeiders, waarvan de meeste vrouw zijn, zijn naar hun kluisje gerend en hebben hun boterhammen gepakt om meteen weer terug te keren naar hun werkplek en daar te eten. Weer klonk de sirene en de lopende band ging weer draaien. Op deze manier moeten per dag 700 paar schoenen gemaakt worden. Als het niet lukt, dan moet men verder werken tot het aantal klaar is. Omdat men bang is het proces op te houden, durven de meeste mensen niet eens naar het toilet te gaan. “Ze knijpen liever hun billen tegen elkaar”, zegt Hubert met gepikeerde stem.
Voor dit strijkwerk aan de lopende band moet hij een nettoloon van 2,7 miljoen lei ontvangen, ongeveer 80 euro plus een paar inkoopbonnen. Pikant detail bij dit aanbod: Hubert moest een contract tekenen dat hij minstens een jaar in de schoenenfabriek zou blijven werken, anders dreigt een geldboete van twee maandsalarissen.
3 Euro voor 8 uur
Het is hard werk in een bouwput. Aan het einde van de werkdag wordt hij met 100.000 Lei afgescheept. Omgerekend drie euro voor acht uur werken in de bouw. De dag ervoor had hij nog 120.000 Lei ontvangen. Waarom vandaag minder dan gisteren? Een verklaring heeft Itzvan niet gekregen. Toch probeert hij de teleurstelling te trotseren: “Aan het eind van de week kan ik tenminste nieuwe schoenen kopen.”Zoals Itsvan vergaat het vele mannen die tot de sociaal zwakgemaakten behoren. Sommige gaat het nog slechter. Zij werken een hele week en krijgen niets – geen vast werk en geen geld. Op deze schandelijke wijze leven veel kleine ondernemingen van de ene opdracht naar de andere: over de rug van vertwijfelde mensen, die in hun nood alles accepteren waar geld voor beloofd wordt en er dan als gefrustreerde stomkoppen bijstaan.
Onverwachte dromen
Ik vraag Istvan of hij nog dromen heeft. Hij zegt zonder aarzeling iets heel anders als ik had verwacht: ”Ik zou me weer met God willen verzoenen.” Vroeger toen hij nog jong was heeft hij in het kerkkoor van Sibiu gezongen, bad veel en sprak met God en beleefde een innerlijke vreugde, waardoor hij met zichzelf en de wereld tevreden was. Toen is echter de verzoeking gekomen, alcohol en andere zaken, vaak oppervlakkig plezier en hij heeft God verloren. Nu vraagt hij aan mij of God hem nog wel aannemen wil en zijn ogen drukken twijfel uit. Ik weet het antwoord niet maar probeer hem moed in te praten zo goed als ik kan. Overigens: het is op initiatief van Istvan dat nu om 7 uur ’s morgens in het “Goede Huis” een korte dagopening wordt gehouden. Meer mannen dan wij gedacht nemen hier aan deel.Een dag in de schoenenfabriek.
Wanneer
Hubert ’s avonds vanuit zijn werk weer in het
“Goede
Huis” komt, kun je de frustratie van zijn gezicht aflezen.
Hij
heeft werk gevonden in een Italiaanse schoenenfabriek. De eerste
werkdag zit erop. Ik zet koffie voor ons en vraag hem te gaan zitten en
over zijn ervaringen iets te vertellen. Acht uur heeft hij aan de
lopende band gestaan en de gemaakte schoenen moeten strijken, zo
vertelt hij. Voor mij een amusant idee: dat schoenen gestreken moeten
worden nadat ze hun leren jas aangemeten hebben gekregen. Maar Hubert
kan er niet om lachen.Plotseling - zo vertelt hij verder - begon een sirene luid te loeien en alle arbeiders, waarvan de meeste vrouw zijn, zijn naar hun kluisje gerend en hebben hun boterhammen gepakt om meteen weer terug te keren naar hun werkplek en daar te eten. Weer klonk de sirene en de lopende band ging weer draaien. Op deze manier moeten per dag 700 paar schoenen gemaakt worden. Als het niet lukt, dan moet men verder werken tot het aantal klaar is. Omdat men bang is het proces op te houden, durven de meeste mensen niet eens naar het toilet te gaan. “Ze knijpen liever hun billen tegen elkaar”, zegt Hubert met gepikeerde stem.
Voor dit strijkwerk aan de lopende band moet hij een nettoloon van 2,7 miljoen lei ontvangen, ongeveer 80 euro plus een paar inkoopbonnen. Pikant detail bij dit aanbod: Hubert moest een contract tekenen dat hij minstens een jaar in de schoenenfabriek zou blijven werken, anders dreigt een geldboete van twee maandsalarissen.
Hubert is er de volgende dag niet meer naar toe gegaan.. Sinds twee
maanden werkt hij nu bij een bouwbedrijf – voor
tweeën een
half miljoen lei, dus het minimumloon van 70 Euro. Daarbij verdient hij
geld met overuren en werken op zaterdag, dat wordt beter betaald, maar
wel zwart. Een van de twee misstanden in de Roemeense economie:
corruptie en zwart geld. Maar Hubert voelt zich goed."


