EIRENE-vrijwilligers in Nicaragua
Rahel Lemke (ODESAR, Matagalpa, 2005)

"Nicaragua is een buitengewoon veelzijdig land: betoverend, afstotend, arm en rijk. Zo arm dat het me niet meer opvalt, want de armoede komt me met zo’n kracht tegemoet dat ik niet meer in staat ben haar te voelen. Maar het is hier ook zo rijk en zo prachtig dat ik er helemaal vol van ben.
Ik ben graag op het platteland. Het werk is elementair en het succes is direct zichtbaar. De mensen op het platteland zijn open en vriendelijk. Alle overbodige conventies, de afmattende druk om jezelf eeuwig te moeten profileren en je prestige te afficheren worden daar - waar men nauwelijks iets bezit - afgelegd of waardeloos en daardoor zijn de mensen direct en eerlijk. Ik ben heel dankbaar dat ik deze mensen heb leren kennen en met hen mag samenwerken.
Het komt voor dat je na een lange wandeling door de prachtige bergen, de daartussen gelegen weiden met hun grote schaduwgevende bomen en akkers een armoedig hutje van een familie ziet. Daar kun je leren dat een golfplatendak geen armoede maar een zekere rijkdom betekent ten opzichte van een plastic dak met gaten.
Dat de kinderen huilen als ze een grote blanke persoon zien, dat het meisje met het syndroom van Down samen met de kippen in de modder speelt, dat de mensen blootsvoets lopen en dat men denkt dat ik een man ben, lijkt in het begin heel vreemd, maar is wel begrijpelijk."
Annika Lind (ODESAR, Matagalpa, 2003)
“Op het eerste gezicht is Matagalpa een mooie stad, omringd door bergen. Maar nader bezien valt de toestand van kinderen en oude mensen overal in de straten op. ‘Een Peso alstublieft’ bedelen ze. In het park poetsen kleine jongens ijverig schoenen met blote handen. In de rivier, in de zomer niet veel meer dan een beekje, doen vrouwen hun was en wassen tegelijk zichzelf. Ook lopen er koeien in het water. Kijk je in de richting van de bergen dan zie je de hutten van de armen. Dicht op elkaar staand lijken die hutten op een tapijt dat de berg steeds verder bedekt. Erbarmelijke, nietige hutten samengesteld uit golfplaat, plastiek, aarde en wat er maar te vinden is. Grote families leven erin, zonder stromend water en zonder elektriciteit. Een stuk buiten de stad bevindt zich de vuilnisbelt. Als we het afval van de wagen halen komt gelijk een horde smoezelige kinderen aanlopen om te zoeken naar iets eetbaars of iets van waarde. Wat moet ik hier verder nog over zeggen? Ik wil niet al die treurigheid in zijn vele facetten hier uit de doeken doen. De tranen schieten me dan al snel in de ogen en ik moet telkens weer tegen mezelf zeggen dat ik toch niet helpen kan. Ik kan alleen een kruisje slaan.
ODESAR is een organisatie voor plaatselijke ontwikkeling die zich sterk maakt voor de verbetering van de levensomstandigheden van arme bevolkingsgroepen en vele openbare projecten ondersteund. Na de orkaan Mitch werd duidelijk dat de bestaansgronden van de daar levende boerenfamilies door de in gevaar zijn, in het bijzonder door de ongecontroleerde ontbossing. Het gevolg daarvan is erosie en uitputting van de grond en het opdrogen van waterbronnen. De gebrekkige voeding is zeer nadelig voor de gezondheid van de mensen. Alleen al in 2002 werden 425 huistuinen aangelegd waarop de boeren soja, groente en heilzame kruiden verbouwen. Bovendien kweken de families in die tuinen hun eigen planten waarmee ze op de velden buffers tegen de bodemerosie en opdroging van de waterbronnen aanleggen.
ODESAR verstrekt aan 111 vrouwen langlopende, rentevrije kredieten voor de aankoop van land. Een biogasinstallatie is in aanbouw. Er worden cursussen gegeven in duurzame landbouwmethoden, in natuurgeneeskunde en in handarbeid. Alleenstaande vrouwen worden bij de bouw van een eenvoudig woonhuis ondersteund, een dorp krijgt stromend water. Vooral de vrouwen zijn er blij mee omdat ze niet meer elke dag kilometers hoeven te lopen om water te halen.
Als ik nu mijn dagboekverhalen lees vanaf de dag dat ik voor de eerste maal het huis waar ik verblijf betrad, dan moet ik wel een beetje lachen. Ik ging toen door deze chaosvilla richting ‘boomhuis’ zoals ik mijn kamer doopte en mijn enige gedachte was: ik wil naar huis!!! Het is inderdaad niet brandschoon, de papmuren van mijn boomhuis houden niet alles tegen en het is iedere dag rijst met bonen of bonen met rijst. Maar deze familie is gewoon aardig en niet in de laatste plaats ook zorgzaam.
Overal in de straten zijn er eetstalletjes met overdag meestal alleen fruit en noten. ’s Avonds wordt er gegrild en gebraden zodat die geur overal hangt en je kan je avondeten kant en klaar op weg naar huis kopen. Laatst heb ik wat zeldzaams gegeten: een onschuldig ogende soep met groente bedekt. Daaronder zaten reptieleieren, een stuk reptielvlees en een stuk rode krab. Dit geheel zou met wat witte rum genuttigd moeten worden, dat moet heel bijzonder zijn. Ik geef toe, ik heb met genot aan het reptielenbeen geknabbeld en het was kostelijk…”
Margret Meerwein (IMPRHU, Esteli, 2003)
Margret Meerwein vertelde na haar terugkomst op een EIRENE-bijeenkomst over haar werk als EIRENE-vrijwilliger in een project voor straatkinderen in Nicaragua. Hieronder een verslag daarvan.
„In Nicaragua werkte ik voor IMPRHU (Institutio de Promotion Humana). Zij hebben diverse projecten. Ik werkte bij NATRAS (Niños, niñas y Adolescentes Trabagadores). Deze kinderen en jongeren moeten werken om mee te helpen het inkomen van hun gezin te verdienen. Veel van deze kinderen wonen in een krot aan de rand van de stad, dikwijls in een één oudergezin. Zij worden bewust geen straatkinderen maar werkende kinderen genoemd. Het nadeel van werken is dat slechts weinig kinderen naar school gaan. Daardoor is het uitzicht op beter werk in de toekomst gering. IMPRHU probeert de kinderen steun te bieden door:
- Bijeenkomsten voor deze kinderen te organiseren
- Leiders, die de kinderen uit hun midden kiezen, te trainen
- Kostenloze begeleiding bij het huiswerk aan te bieden
- De kinderen te stimuleren naar school te gaan en dit het hele jaar vol te houden
- Contact te leggen met leerkrachten als er problemen zijn
- Conflicten in de familie en conflicten in de buurt op te lossen of te voorkomen
- Te bemiddelen bij de financiële kosten die er zijn als je naar school gaat (schooluniform, boeken, schriften pennen etc. moet een leerling zelf betalen)
- Uit te leggen aan de kinderen wat hun arbeidsrechten zijn.
- Seksuele voorlichting te geven.
- Te bespreken hoe je omgaat met huiselijk geweld.
Voor het begin van het schooljaar hield IMPRHU een soort campagne met geluidswagen. We reden door de wijken waar deze kinderen wonen en wezen op hun rechten. Je mag (je moet) naar school. De school kost niets, want onderwijs is gratis. Meld je aan! (in Nicaragua moet dat ieder jaar opnieuw). Ook spraken we de kinderen persoonlijk aan. Heb je je al opgegeven? Als er problemen waren gingen we met de kinderen mee. Het kwam ook voor dat een gezin 6 weken vertrok om in Costa Rica mee te helpen met de koffie oogst en zo wat geld te verdienen. Dan was het moeilijk het kind daarna weer naar school te laten gaan, maar met overleg lukte het meestal wel.
Voor de leerkrachten organiseerden we workshops. De kinderen verzuimen soms school omdat zij moe zijn. Ook komen er spanningen voor op het werk Als de leerkrachten hier meer begrip voor hebben zullen zij een kind minder gauw van school sturen en het wat extra aandacht geven. Ook snappen zij dan beter dat de leerling niet altijd zijn huiswerk heeft gemaakt (in de meeste Zuidamerikaanse landen ga je een halve dag naar school, de leerkracht heeft ’s morgens een klas en ’s middags een andere klas; de ‘natras’ werken de andere helft van de dag).
Met de werkgevers waren er soms ook problemen. Als het kind iets kapot maakte, moest het dit vaak vergoeden. Wij bezochten dan de werkgever en legden uit dat dit tijdens het werk gebeuren kan en dat je zeker een kind daar dan niet aansprakelijk voor mag stellen. In enkele gevallen waren er problemen met de betaling. Kinderen die in de huishouding werkten kregen soms alleen eten en kleren. Ook werden zij daar wel eens geslagen. Wij probeerden dit dan door een gesprek op te lossen. Omdat de organisatie IMPRHU goed bekend staat konden we vaak heel wat bereiken.
Als je de kinderen vroeg waarom zij werkten dan kreeg je als antwoord:
- Ik werk omdat wij het geld nodig hebben om te overleven middot
- Ik werk om mijn schoolspullen te kunnen betalen
- Ik werk want ik wil geen dief worden
- Als ik geld verdien is mijn moeder trots op mij
De kinderen hadden ook wensen:
- Wij willen niet uitgebuit worden
- Wij willen niet uitgescholden worden
- Wij willen met respect behandeld worden.
Een enkele keer konden we een uitstapje organiseren naar een zwembad of park. Deze kinderen hebben veel te weinig tijd om te spelen en vriendschappen te sluiten. Ze zijn zeer zelfstandig en leren al jong voor zichzelf op te komen. Van 6 tot 8 jaar zijn zij dikwijls schoenpoetser, van 8 tot 10 jaar helpen zij om producten op de markt te verkopen of werken in de huishouding. Daarna krijgen zij soms ander werk bijvoorbeeld bij een fietsenmaker.
IMPRHU moet helaas veel tijd besteden aan fondswerving en kan daarom niet zoveel voor de kinderen doen als de organisatie zou willen. Niet alles lukt. Sommige kinderen maken hun school niet af. Maar er zijn ook jongeren die inmiddels beter werk gevonden hebben omdat zij kans zagen hun diploma te halen en nog een vak te leren."
Door dit werk heeft Margret volgens eigen zeggen een heel andere kijk op ‘straatkinderen’ gekregen, een veel positiever beeld.



