EIRENE-vrijwilligers in Brazilië
Yohannes Schulte (Nova Vida, Crato, 2004)

De inschrijvingen vinden in januari plaats en gelden voor een kalenderjaar mits een ieder zich aan de spelregels houdt. Regelmatige schoolgang en zich niet overgeven aan vormen van geweld of criminaliteit zijn afspraken die voor opname in het project als voorwaarden worden gesteld.
Ik stel mij tot vandaag de dag de vraag hoe de Brazilianen, die toch bekend staan om hun hartelijkheid, levensvreugde en gastvrijheid aan de andere kant zo genadeloos crimineel en gewelddadig kunnen zijn en ook tegenover elkaar een zeker wantrouwen koesteren.
Ik zie mijn werk niet als werk dat ik doen moet maar dat ik doen mag. Ik verheug me er elke dag op dat ik ’s morgens de kleine kinderen in mijn armen zal sluiten en ’s middags samen met de ouderen bezig te zijn. Het maakt me daarom niets uit als de dagindeling eens wat uitloopt en ik een paar extra uren moet werken…”
Till Künkler (Comunidade dos Pequenos Profetas, Recife, 2004)

“De activiteiten in het projecthuis dat van 8 uur tot 18.00 uur geopend is bestaan daaruit de kinderen heel eenvoudige beginselen bij te brengen, rekening houdend met hun sociale achtergrond van een leven op de straat. Er worden muziek-, dans-, taal- en sociaal-psychologische activiteiten aangeboden.
We moeten proberen ze te motiveren tot sociaal, respectvol gedrag. Veel kinderen komen onder invloed van drugs het project binnen. Aan hygiëne wordt in verband met huidaandoeningen en andere ernstige ziekten als syfilis en tuberculose zeer veel waarde gehecht.
Belangrijk is ook het voorkomen dat de kinderen bij binnenkomst lijm, messen of andere gevaarlijke zaken meesmokkelen. Het inhaleren van lijmdampen heeft een zelfde soort werking als drugs. Er komen ook regelmatig kinderen met verwondingen door glasscherven en messen binnen die desondanks toch vaak een positieve kijk op het leven hebben. Aan de andere kant bestaat er natuurlijk angst voor de politie en de ‘Todesschwadrone’ die het sociale probleem van de straatkinderen willen oplossen door de kinderen te doden.
Ook huisbezoeken en gesprekken met de familie van de kinderen, voor zover ze die hebben, behoren tot het werk. Verder wordt geprobeerd samen te weken met een soort staatsherberg waar mensen van de straat ’s nachts kunnen verblijven. Dat is niet eenvoudig omdat deze herberg zeer veel wetten en regels hanteert voor het benutten van de slaapmogelijkheid en de kinderen bovendien niet snel geneigd zijn er gebruik van te maken.
In totaal kregen in november 28 kinderen persoonlijke verzorging, er werden 8 huisbezoeken afgelegd en met de familie gesproken, 6 kinderen werden bemiddeld voor medische behandeling en voor 10 kinderen werden officiële documenten als geboorteakte en legitimatiebewijs geregeld.
Een boerderij die we Granja noemen hoort bij het project. Hier komen belangrijke producten vandaan als bio-eieren, drinkwater uit bronnen, kajuvruchten, kokosnoten, honing en een soort wortelen die hier een wijdverbreid medicijn zijn. Al met al betekent de boerderij een aanzienlijke ondersteuning van het project. Ook is het van belang dat de kinderen een ander beeld te zien krijgen dan alleen dat van de straat. Een programma op het gebied van landbouweconomie zal andermaal starten.
Recifes binnenstad is te voet goed begaanbaar en mijn inkopen doe ik meestal op de markt in de oude stad waar zich de wildste geuren vermengen onder andere die van vlees, dierlijke ingewanden, specerijen, vis, lederwaren, bloemen, kookgeuren, uitwerpselen, hete teer en parfum.
De aanblik van een moderne maatschappij in een omgeving die door oude vervallen huizen uit de koloniale tijd wordt gedomineerd doet bij mij wat onwezenlijk aan. Het schept een atmosfeer waarin je door de architectuur en de straatstenen aan het koloniale verleden wordt herinnerd terwijl tegelijk de koude glans van gepoetste mobiele telefoons achter een winkelruit je tegemoet straalt.
’s Morgens vanaf vijf uur razen de bussen beneden door de straten en auto’s met geluidsinstallatie maken reclame of propaganda voor een kerk of een product. Het altijd aanwezige lawaai maakt me niets uit omdat ik een stadsmens ben en minder goed tegen dorpse stilte kan. Zuidelijk van Recife bevinden zich dromerige stranden die ik soms in het weekend bezoek.
Door het contact met de kinderen en jongeren van de straat leer ik veel. Het is een tweezijdig beeld: aan de ene kant blijkt er veel levensvreugde te zijn en als één van hen met een lachend gezicht verteld dat hij wegens een delict acht maanden in de cel heeft gezeten, dan herinnert mij dat aan de door achtergestelde zwarten in Amerika ontwikkelde blues waarin men met vrolijkheid treurig en zelfs dieptreurig zingt.
Dat veel kinderen ondanks de problemen van iedere dag zoveel plezier kunnen hebben maakt iedere dag in het project tot een belevenis, meestal tot een grote belevenis…”


