Ex-vrijwilligers in Frankrijk
Marie Heiderich (Emmaus, Parijs, 2006)
Marie Heiderich werkt sinds september 2006 bij Emmaüs Liberté in Parijs.De grondlegger van de Emmaüs beweging, Abbé Pierre, overleed in januari 2007; hij werd 94 jaar. Marie geeft in haar rondschrijven een beeld van het werk van Emmaüs:
"Het geniale idee om de Emmaüs-Gemeenschap op te richten kwam bij Abbé Pierre op in 1949: Daklozen leven in gemeenschappen in plaats van op straat, ondersteunen elkaar, werken gezamenlijk voor hun inkomen en profiteren van de overvloed van onze wegwerpmaatschappij door in goede staat verkerende tweedehands spullen in eigen winkels opnieuw te verkopen. Het is de moeilijkste opgave van de Emmaüs-Gemeenschap om een goed evenwicht aan te brengen tussen wat geregeld is en wat niet, tussen vrijheid en verplichtingen en momenteel kan ik nog niet inschatten of deze balans bij ons is gevonden of niet.
Ook al is Emmaüs niet alles wat ik heb, ik ben toch net zoals alle anderen een zogenaamde "Compagnon". Mijn opgave bestaat er dus uit om mee te werken, te integreren, me aan de gewoontes binnen Emmaüs aan te passen. Dat is voor mij een interessant punt, omdat mijn vrijwilligersdienst zich in zoverre van die van de meeste anderen onderscheidt, dat ik op voet van gelijkheid verkeer met de hulpbehoeftigen. Ik neem dus eenzelfde plek in die ook iemand die vanzelfsprekend behoeftiger is dan ik in zou kunnen nemen. Na enige twijfel over de zin van mijn aanwezigheid bij Emmaüs ben ik tot de conclusie gekomen, dat alleen al het feit dat ik anders ben een verrijking voor de gemeenschap is. Ik moet niet in de eerste plaats mijn leven op orde krijgen en ik heb een totaal andere en meer positieve achtergrond dan alle anderen hier.
Maar waar ik hier het
meest van geschrokken ben en en wat me
tot nadenken heeft gezet, is om met eigen ogen te zien, dat zelfs jonge
mensen, gewoon door het noodlot dat zij in hun leven tegenkomen, zo
worden getekend, dat zij niet meer op eigen kracht greep op hun leven
kunnen krijgen en het leven hen zelfs nauwelijks meer de moeite waard
schijnt. Ik ben me er steeds opnieuw van bewust, hoeveel
geluk ik zelf tot nu toe heb gehad met het feit dat ik tevreden kan
zijn met mijn leven. Want als je leven al van kinds af aan
misloopt, dan draagt een
mens daar zijn gehele verdere leven het stempel van en komt hij als het
ware in een duivelse kringloop terecht van mislukkingen, die maar zeer
moeilijk te doorbreken valt. Uiteindelijk is het leven echt
alles wat wij hebben. En bovenal geldt dat we het niet voor een ander
kunnen ruilen."
Johannes Nau (Compagnon Batisseurs, Tours, 2004)

"In 1953 ontstond op de vruchtbare bodem van het een jaar eerder opgerichte ‘ Verbond Kerkelijke Hulp Bij Nood ’ de ‘Kompels Van De Bouw’, ofwel de ‘Compagnons Batisseurs’. De vereniging stelde zich ten doel onderdak bieden aan na de oorlog dakloos geworden vluchtelingen. Op een zeker moment begon de C.B. de zogenaamde ‘Education Populaire’, een vorm van onderricht met als doel via interculturele uitwisseling de vrijwillige deelname aan manuele arbeid te bevorderen. Maar ook om te werken aan verbetering van de woonsituatie van de arme bevolking wat in feite het hoofddoel van de organisatie is. Belangrijk hierbij is dat het niet alleen gaat om materiele hulp maar ook om morele ondersteuning van de mensen. De CéBé is nu een juridisch erkende organisatie. De Compagnons bieden de vrijwilligers ieder jaar verschillende technische leergangen (chantiers) aan. Elektriciteit, loodgieten en dakdekken, maar ook tegelzetten, schilderen en behangen. Iedere vrijwilliger heeft de mogelijkheid gedurende een jaar aan twee leergangen deel te nemen.
Over het algemeen heb ik me goed ingepast. Taalproblemen zijn er steeds minder en ik leer er iedere dag weer wat bij. Het werk tijdens het chantierweekend in december bij A. bestond uit in twee kinderkamers de oude verf en tapijten verwijderen en de vloeren eruit halen. Omdat het sociale aspect op de voorgrond staat bleven we op zaterdagavond tot middernacht. We aten en spraken met elkaar, wat in een onverwarmd huis niet meevalt. Toch was deze leergang een succes omdat de familie veel meehielp en zich voor ons werk interesseerde.
Half november werd bepaald dat ik in januari naar de omgeving van Avignon en Nimes in Zuid Frankrijk zou gaan om daar de getroffenen van de watersnoodramp van 2002 en 2003 te helpen. De bewoners bouwden nadat in december 2002 de Rhone buiten haar oevers was getreden het meeste weer op maar werden negen maanden later, in september 2003, opnieuw overspoeld, ditmaal door de rivier de Gardon. Daardoor verloren velen de motivatie en ontbrak ook het geld voor nogmaals een wederopbouw. De eerste leergang was bij de familie Ch. Wegens geldnood en problemen met de verzekering is de familie al meer dan twee jaar gedwongen met de vier personen in een woonwagen voor hun huis te leven. Na vier dagen daar te hebben gewerkt kwamen we bij madame P. Zij verloor haar man bij de tweede overstroming en woonde daarna bij haar zoon. Haar hele huis zat onder de schimmel en we vonden het water ook nog in de elektrische leidingen, wat niet ongevaarlijk was. Al snel stelden we vast dat het de familie tamelijk onverschillig liet wat we deden. Ze bedachten telkens nieuwe uitvluchten om maar niet aan te hoeven pakken. Daar leed mijn motivatie uiteraard wel onder en ook was ik in die maand januari enige tijd ziek. Het was dus niet bepaald de gelukkigste maand.
Op de laatste werkdag kwam er een bericht uit Tours dat ons appartement door onbekende oorzaak was afgebrand. Op dat moment ervoer ik zelf iets van dat wat die families die alles door de overstromingen hadden verloren hadden ervaren. Het bleek dat alleen de woonkamer was uitgebrand. Maar onder andere mijn kamer was door roet en bluswater eveneens onbewoon-baar geworden en alle daar aanwezige zaken moesten grondig gereinigd worden.
Dank zij de inspanningen van de ‘Kompels Van De Bouw’ vonden we binnen vier dagen een nieuwe woning in een parallelstraat. Na de meer dan tien generaties lange bewoning door vrijwilligers van het oude pand vangt met onze intrek in de nieuwe woning dus een nieuw tijdperk aan.
Mij gaat het zeer goed in mijn project. Bij de C.B. bevalt mij in het bijzonder dat ik heel veel van Frankrijk zie en veel mensen leer kennen. Ook met de Franse taal gaat het steeds beter. Ik kan me nu voldoende uitdrukken en mijn standpunten verduidelijken. Soms heb ik een beetje last van het feit dat ik me niet goed los kan maken van het project. Omdat ik met de medewerkers samenwoon is de C.B. eigenlijk altijd het gespreksonderwerp. Daarom probeer ik af en toe iets alleen te doen zoals het bezoeken van een concert om zo wat afstand te nemen.
Bovendien ben ik begin februari twintig jaar geworden en, zoals men zegt, met de jaren komt de rust en het verstand. Verleden, heden en toekomst houden me veel bezig de laatste tijd. Wat was, wat is en wat zal zijn?"
Julia Gotzmann (Plaine de Vie, Ezanville, 2004)

In 1998 realiseerden vier plaatselijke verenigingen Plaine de Vie een “tuin der integratie” middels ecologische arbeid. De reïntegratie richt zich op ca. vijftien mensen in moeilijke levensomstandigheden zoals werkloosheid door een lichte handicap of spraakstoornis, of sociale problemen door alcohol en drugs.
Biologische groententeelt: 3,8 hectare land zijn in drie stukken verdeeld…. In Frankrijk zijn er meer van dergelijke integratieve tuinen en met verschillende hebben we een ruilovereenkomst. Dat houdt in dat wij in de zomer bij hen bijvoorbeeld aardbeien plukken en zij in de winter bij ons kool oogsten. Groentenverkoop: Iedere donderdag vullen we manden met groenten die vervolgens door de inmiddels tweehonderd geabonneerden uit vijf verschillende plaatsen afgehaald worden.
Mijn relatie met de tuinbewerkers was vanaf het begin ongedwongen, met wederzijds respect. Ik toon tegen een ieder openheid zonder angst en dat gebeurt wederzijds. Ik voel me geaccepteerd en ben onder hen volkomen op mijn gemak en dat is het mooiste geschenk en voor mij de grootste voldoening. Het werk lijkt soms ook wel geen einde te kennen en je krijgt dan af en toe het gevoel dat het teveel wordt. Het helpt om in mijn vrije tijd iets heel anders te doen en niet aan Plaine de vie te denken. Maar de eerste indruk blijft toch de juiste: het project is goed en mijn werk heeft zin.”
Jan Jasper Mühle (Emmaus Liberté, Charenton, 2004)

Katja Wurst (Arche-Foyer, Ambleteuse, 2004)

Philip Palm (Ark de Lanza del Vasto, La Borie Noble, 2003)

“Een plaats waar de tijd stilstaat. In zuidwest Frankrijk, niet ver van Montpellier begint vanaf een hoofdweg iets voorbij het kleine stadje Lodéve een smal weggetje. Het slingert zich langs steile hellingen en door bossen tot het een dal van ongeveer 450 hectare bereikt. Hier ligt de gemeenschap van La Borie Noble, weliswaar in Frankrijk maar in zekere zin ook niet, evenmin als in elk ander land. Het is een onafhankelijk staatje waar de tijd geen vat op lijkt te hebben. Midden in een geïndustrialiseerd en geürbaniseerd Europa is het een vriendelijk eiland dat zo uit een zeer oude film lijkt te zijn geknipt.
De eenvoudige stenen huizen, de meubelen van rustiek hout, het aardewerk, de schuren met in strobalen stekende hooivorken, het washok met de houten kuipen voor het wassen en inweken en de grote ketel om water te koken, de stal met de zeven paarden die wachten op verschillende soorten arbeid. Alles is op elkaar afgestemd op de Borie Noble, als of ieder moment iemand ‘actie’ kan roepen, de acteurs optreden en de opnamen beginnen.
Mij is in een week het proces van kaasmaken bijgebracht. Daarna viel de kaasmakerij onder mijn verantwoording, wat ik heel moedig vond. Als kaasmaker van de gemeenschap is mijn taak de zestig tot negentig liter vers gemolken melk te verwerken tot harde en zachte kaas, yoghurt, kwark en boter. De kaasmakerij is klein en met twee personen loop je elkaar al in de weg. Het bevindt zich onder een tegen een helling liggende woning half in de rotsen. Nu in de winter is het wat duister zodat ik de meeste tijd bij kaarslicht moet werken. De voorschriften voor de kaasmakerij zoals op het gebied van de hygiëne worden niet gecontroleerd. Het moment van de waarheid komt pas als ik de kaas bij het eten serveer. Harde kaas moet drie maanden rijpen.
Na enige tijd werd me duidelijk dat de kaasmakerij dringend een opknapbeurt nodig had. De wanden waren met schimmel begroeid, een muur was half ingestort en overal lagen oude ongebruikte gereedschappen. Ik wilde beslist geen jaar onder deze omstandigheden werken. Ik begon met een andere vrijwilliger te schilderen, schoonmaken, de deuren repareren enz. Tegelijk verdiepte ik mij in de moleculaire wereld van melk en rijpingsprocessen met behulp van boeken als ‘de Zwitserse techniek van het kaasmaken’. De wetenschap van het kaasmaken wordt in Borie Noble van kaasmaker op kaasmaker-die meestal niet langer dan een jaar blijven- overgedragen. Met veel optimisme vertrouwt men op deze methode. Jammer genoeg gaat zo wel veel kennis verloren. Het creëren en experimenteren geeft veel plezier, dat is de andere zijde van verantwoording.
In de Borie wonen vier gezinnen met twee kinderen, een alleenstaande moeder, een vrijgezel en drie oudere dames. Daarbij komen nog vijf stagiaires die een jaar op de Borie verblijven. Twee van de drie bewoners zijn Fransen, de anderen komen uit Duitsland, Canada, Zwitserland, Hongarije en België. Deze winter zijn er twee tot vijf vrijwilligers voor een korte tijd, van een week tot een maand. Heb je gisteren gesproken met een Amerikaanse vredesactivist, word je vandaag door een Israëlische student gevraagd hoe de Duitse schooljeugd vandaag de dag wordt onderwezen over de misdaden tegen de Joden. Die wandelende en reizende mensen met hun geschiedenis en levenservaring maken het avondeten niet alleen tot een culinair maar ook tot een cultureel genot."



