EIRENE-vrijwilligers in Ierland / Noord-Ierland
Ahmad Mahmud (Arkgemeenschap Jean Vanier, Cork, 2006)

„Ondertussen ben ik erachter gekomen dat de Ark niet het project is waar ik weer voor zou kiezen. Het beantwoordt niet aan de voorstellingen en verwachtingen die ik er tevoren over had. Het ligt grotendeels niet aan het werk met de bewoners maar veel meer aan de structuur van de Ark, de werktijden, de leidinggevenden en andere vrijwilligers die je jammer genoeg niet zelf uit kan zoeken maar waar je wel vijf dagen per week circa 24 uur mee samen moet werken. Ik heb niet het gevoel dat ik me kan ontplooien in deze gang van zaken, daarvoor zijn er teveel regels waarover je het hoofd kan schudden.
Sinds januari hebben we alweer voor de derde keer een nieuw team waaronder ik me wel veel beter voel. Het geeft weer plezier om iets te ondernemen en om in het huis te zijn. Heel belangrijk voor mij is dat de nieuwe medewerkers zich goed in hun vel voelen zitten en dat ze het hier als hun huis beschouwen en niet zozeer als een arbeidsplaats. Dat probeer ik ook over te dragen op de nieuwe leidster. Nu al genieten de nieuwe vrijwilligers meer vrijheden. De Ark is niet alleen op mensen met een geestelijke handicap passen, maar ook met andere vrijwilligers uit andere culturen een weg zoeken die we allen kunnen gaan.
Alles bij elkaar genomen moet ik zeggen: het gaat het me goed! Ik geniet van de stad Cork die dit jaar gekroond werd tot cultuurhoofdstad van Europa. Soms vraag ik me af of de mensen nog weten waarom zij kerstmis vieren. Men bidt in de kerk voor de armen die geen eten hebben maar vraagt iemand zich af hoe hij of zij het lot van de armen verbeteren kan? Houdt het op bij wat geld geven? Het is erg dat mensen geld geven alleen om hun geweten te sussen. Daarmee wil ik deze mensen in geen geval veroordelen maar ik geloof dat we veel meer zouden kunnen doen als we niet zoveel aan overbodige dingen uit zouden geven. Daarvoor is natuurlijk nodig dat we wat van de welvaart inleveren die wij allen (ook ik) in de westerse wereld genieten. Het leven van iemand in de westerse maatschappij is van veel grotere kwaliteit dan dat van iemand in bijvoorbeeld Afrika. De media verdienen ook nog aan het vele leed in wereld zonder het ooit als onrecht neer te zetten. Als ik dit vanuit het geloof bekijk dan vraag ik me af hoe sommige mensen dit voor God denken te rechtvaardigen. Wellicht met ”ik wist het niet, ik was blind.” Maar we lopen toch niet met gesloten ogen rond in de wereld? De mensen die het niet weten zijn misschien blind, maar diegenen die het weten en de ogen sluiten blijven in gebreke tegenover de mensheid!”
Florian Hertenstein (Tools for Solidarity, Belfast, 2004)

„Toen ik in januari in Belfast aankwam was het bijna net zo koud als thuis, zij het dat het hier in plaats van gesneeuwd geregend had. Bovendien worden isolatie-systemen hier nog niet toegepast en met ongeveer vier uurjes warmte per dag is het niet verwonderlijk dat de gemiddelde kamertemperatuur slechts zo’n twaalf graden is. Ook de mensen in de straten straalden niet bepaald veel warmte uit. Ze oogden eerder somber en angstig, wat een aanwijzing is dat hier nog altijd de schaduw van de zogenaamde ‘Troubles’ (Noord-Ierlandconflict) over de stad en haar burgers hangt.
Ik ben echter niet naar Belfast gegaan om in de somberheid te delen maar om voor Tools for Solidarity te werken. Dat houdt in dat ik samen met de mensen die mij zeer vriendelijk hebben ontvangen een jaar lang ga proberen de wereld wat rechtvaardiger te maken. Concreet betekent dat: een aantal groepen in Afrika van goede werktuigen voorzien waarmee ze zelf hun levensbehoeften kunnen verdienen. Bovendien help ik bijna iedere tweede donderdag eten uitdelen aan daklozen namens ‘Food not bombs’ (geen bommen maar eten)
Als in het weekend het werk in het huis en de tuin gedaan is en ik nog wat tijd en energie heb probeer ik zo gauw mogelijk de stad uit te komen. Voor een buitenmens als ik zijn vijf dagen per week in de stad echt wel genoeg. Bovendien is het rond Belfast veel mooier dan in de stad zelf.
Afgelopen week hadden we een vlooienmarkt. We brachten gereedschap, boeken, kleding, speelgoed, meubels en andere spullen naar een hal waar normaal bingo wordt gespeeld. We verkochten aan overwegend oudere dames zoveel we konden om zo weinig mogelijk weer mee terug te hoeven nemen. Zo verdienden we 700 pond (ca. 1050 euro) binnen twee uur.
Mijn twee hoofdtaken zijn de kwaliteitscontrole en orde en netheid van op de werkplekken. Bij TFS zijn er nog vier werkgroepen: ontwikkelingshulp en scholing, werktuiginzameling, besteding van giften en verscheping en wektuigaanvragen uit Afrika. Op het moment neem ik deel aan de laatste en schrijf ik brieven aan groepen die ons om werktuigen vragen. Jammer genoeg kunnen we niet alle aanvragen in behandeling nemen omdat we alleen in bepaalde regio’s werken. Omdat we ons niet alleen op onze specifieke taak richten maar overal aan meehelpen is het werk zeer afwisselend, en gaat een dag heel snel om.
TFS heeft in de afgelopen elf jaar zes verschillende prijzen ontvangen waaronder ook de beroemde Schumacher-Prijs 2000, als eerste groep in Ierland overigens. Ik moet komend jaar weer in de schoolbanken maar het schooljaar begint pas in september. Omdat het project mij goed bevalt heb ik besloten mijn ontwikkelde vaardigheden nog zes maanden voor TFS in te zetten. Ik woon in een mooi bakstenen huis dat er net zo uitziet als alle andere huizen in Belfast want van buiten en van binnen zijn alle huizen hetzelfde gebouwd. Het enige verschil is dat er grote en kleine huizen zijn. Ik woon in een groot huis met vijf internationale vrijwilligers die gewoonlijk bij TFS werken. In onze tuin hebben we naast frambozen aardappels, sla, erwten, bonen, bessen, aardbeien, radijs, verschillende kruiden en een appelboom. Veel werk geeft het niet omdat je in een dergelijke tuin niets hoeft te wieden. Verschillende planten die samen in een perk opgroeien delen de voedingsstoffen in de bodem en geven het onkruid geen kans. Voor een gemeenschap van jonge luie mensen is dat ideaal. Het werk beperkt zich tot het oogsten wat uiteraard plezier verschaft.
Het werk van TFS verandert niet alleen het leven van veel zowel mannelijke als vrouwelijke handwerkarbeiders in Afrika maar heeft ook een positieve invloed op bepaalde mensen in Belfast. Er zijn onder de talrijke scholieren en studenten die ons of op de werkplek bezoeken of door een medewerker van ons bezocht worden. Hen wordt op een praktische manier uitgelegd hoe ontwikkelingshulp opgezet kan worden, en zo krijgen ze een blik op het leven van andere culturen die de kinderen en jongeren in Noord-Ierland missen. In Belfast is het geen zeldzaamheid als iemand zijn jonge jaren in één en hetzelfde stadsdeel doorbrengt omdat hij of zij zich daarbuiten onzeker voelt. En dan is het uiteraard heel moeilijk om andere mensen en culturen te begrijpen.”
Anne-Lena Wahl (Eco Seeds, Strangford, 2005)

Florian Goetz (Volunteer Service International, Dublin, 2004)

“Dublin zoals ik het ken is een stad van reizigers en mensen, die er tijdelijk verblijven. Zo ervaar ik het in mijn werk bij Volunteer Service International. Het team is internationaal, ook de vrijwilligers die we in de Ierse werkkampen ontmoeten. Ook in mijn woongemeenschap waar ik met een Spanjaard en een Ierse verblijf. En nog een lange termijn gast uit Marokko. De meeste Ieren, die al jaren in Dublin wonen zeggen niet:"Ik kom uit Dublin" maar "ik kom uit…" en dan noemen zij het dorp waar zij opgegroeid zijn. Hierdoor heb ik minder het gevoel een vreemdeling in een gastland te zijn, maar meer een deel te zijn van het internationale Dublin samen met alle anderen.”
Michael Trottberger (Quaker Cottage, Belfast, 2004)

De Quaker Cottage werd in 1982 opgericht. De vijf vaste krachten en vier vrijwilligers werken met moeders, baby’s, en kinderen. Het gebouw ligt langs de weg naar de Black Mountain iets buiten Belfast. We hebben we een schitterend uitzicht op de stad. Naast het hoofdgebouw is er nog het vrijwilligershuis. In mijn eerste week ben ik meegegaan met een driedaagse vakantie met moeders en kinderen direct aan zee. Je moet bedenken dat het voor veel gezinnen of gezinsleden iets bijzonders is omdat zij Belfast nog nooit eerder verlaten hebben. Het was soms best moeilijk omdat ik nooit eerder met kinderen had gewerkt. We hebben uitstapjes gemaakt naar een ruïne en verschillende speelplaatsen in de omgeving.
Ik had in het begin echt moeite de lange werktijden van 45 uur en langer per week hier in Quaker Cottage te volbrengen. Maar ik besefte tenslotte dat ik nu eenmaal in een sociaal project werkzaam ben dat slechts door de samenwerking van medewerkers draaiend kan worden gehouden. Ik kan het nu accepteren hoewel ik soms toch overweeg een overleggroep voor vrijwilligers op te richten die gaat pleiten voor een 35 urige werkweek.
Echter, op den duur leer je de gezinnen met hun zorgen en wensen beter kennen en je weet dan voor wie je zoveel werkt. Bovendien is het werk in Qaker Cottage zeer afwisselend en veelzijdig. Ik geef een opsomming van het werk wat ik doe of heb gedaan (niet te serieus nemen): automonteur, huishoudster, muziekleraar, kok, keukenhulp, bakker, dierverpleger, glazenwasser, kunstenaar, tuinman, telefonist, entertainer, kerstman, buschauffeur en zelfs….. cowboy.
Onze buren hebben een kleine boerderij met twintig koeien. Op een morgen kwam de volwassen dochter bij ons en smeekte om hulp omdat niemand van haar familie thuis was. De politie had gebeld en gezegd dat er een paar koeien in de stad stonden en daar gemoedelijk graasden. Zij moest de koeien weer terug naar de weide drijven en daar deze opgave mannelijke ondersteuning vereiste heb ik haar hiermee geholpen ------- YYYeeeeeeeehaaaaaa-------
Martina Neininger (Kilcranny House, Coleraine, 2004)

Martina Neininger zette zich in voor het Kilkranny House in het Noordierse Colraine. Het huis is een ontmoetingscentrum voor de katholieke en protestante bevolkingsgroepen. Ongeacht het vredesproces in Noord-Ierland is er dagelijks nog geweld te zien. In haar rondzendbrief licht Martina de ontstane afstomping toe die samen gaat met de alledaagse bedreiging:
„Hoe kan het, dat aan het begin van de 21e eeuw in de EU burgeroorlogachtige toestanden heersen, dat op de dag vandaag nog bommen gelegd worden en dat er niemand van opkijkt? Juist met het laatste heb ik een schokkende ervaring gemaakt: Tamelijk aan het begin van mijn dienst hebben wij vrijwilligers samen met een Noordierse het journaal gekeken. In het regionale nieuws was de sprake van een bomexplosie in een nabij gelegen stad met meerdere slachtoffers, waaronder een dode. Daaraan voorafgaand was er een uitgebreid stuk te zien over hoeveel mensen de vorige nacht in kennelijke staat van dronkenschap opgepakt waren. Dit soort nieuws heeft blijkbaar voorrang. Ik was wel licht geschokt omdat de explosie vrij in de buurt was, maar de enige reactie van de Noordierse was dat ze midden in de verslaggeving naar een andere zender overschakelde, waar ‚Coronation Street‘ kwam. Ik vroeg haar hoe ze over kon schakelen gezien dit soort nieuws en of zij het niet verschrikkelijk vond. Het antwoord dat ik kreeg zouden mij de meeste mensen daar gegeven hebben: Ze zei dat dit alledaags is, zij neemt dit soort nieuws niet meer actief waar en als het echt erg is dan zou men dat wel opvangen. Maar ze erkende wel dat het eigenlijk erg is dat de mensen niet meer daarop reageren – maar na 30 jaar is men gewoon afgestompt.
Dit werd ik mij zeer bewust toen in de tijd voor kerst elke week minimaal twee winkelcentra vanwege een bomalarm ontruimd moesten worden: De mensen wachten gewoon voor de afzetting tot het winkelen weer opgenomen kan worden alsof er niets gebeurd was. Of dat de Belfastmarathon gewoon omgeleid werd omdat er per toeval gelukkig ontdekt was dat er een bom lag. Maar daar hoor je noch in de nationale noch in de internationale nieuws iets van. Ik had en heb nog steeds het gevoel dat als je in zo’n conflictgebied leeft, direct voor je deur, een verdringing plaatsvindt, misschien ook omdat je je hulpeloos voelt in zo een ingewikkelde situatie.
Vaak wordt mij de vraag gesteld of dit jaar de moeite waard was en er is maar een antwoord: De vredesdienst te doen was een van de beste beslissingen van mijn leven! De persoonlijke ervaringen die ik kon opdoen, het beeldschone landschap, de zeer openhartige mensen die mij altijd het gevoel gaven welkom te zijn en dat ik actief aan het vredesproces mocht meewerken, hebben dit jaar in een vreemd land met een andere cultuur en taal tot een heel bijzonder jaar voor mij gemaakt.“


