Programma "solidaire leer- en vakdienst" (SLVD)
Levendige ontmoeting (het idee):
Tijdens het jarenlange werk van EIRENE op het terrein van de personele ontwikkelingssamenwerking hebben wij de ervaring opgedaan dat onze vakkrachten niet alleen kennis, ervaring en levenswijzen bemiddelen. Ze leren zelf ook erg veel van de mensen, de maatschappij, de cultuur en de problemen van hun gastland.
Armoede, ongerechtigheid en onderdrukking zijn niet door ‘ontwikkelingshulp’ in de zin van eenzijdige aanpassing aan de industrielanden uit de weg te ruimen. Een rechtvaardig samenleven van alle mensen wordt allen dan mogelijk, als de randvoorwaarden van de wereldwijde economische orde en onze levensstijl veranderen. Voor deze veranderingen in de richting van bewuste omgang met natuurlijke hulpbronnen, wereldwijze sociale gerechtigheid etc. is een levendige en intensieve dialoog tussen het rijke noorden en het arm gehouden zuiden nodig.
Daarom probeert EIRENE naar de mensen in de zogenaamde “derde wereld” te luisteren en wat hen ter harte gaat hier bij ons in de rijke landen te vertegenwoordigen. Voor geëngageerde mensen, die met een partnergroep in het zuiden in verbinding staat en van wie medewerking in een concreet project van de partnergroep gewenst is, biedt EIRENE sinds 1982 het programma van de “solidaire leer- en vakdienst (SLVD) aan.
Contacten aan de basis versterken (het doel):
Het doel dat voorop staat bij de solidaire leer- en vakdienst (SLVD) is om de dialoog tussen actie- en solidariteitsgroepen in de industrielanden en basis- en zelfhulpbewegingen in de zogenaamde derde wereld te versterken en door wederzijds van elkaar leren en het zich met elkaar inlaten een brug van begrip tussen volken en culturen mogelijk te maken.
De dienst vindt plaats in samenwerking met een partner in het gastland, die de vrijwilligers opneemt en voor hen directe aanspreekpartner is. De in het kader van SLVD werkzame vrijwilliger leeft en werkt met de partnergroep in het gastland. Dit opgenomen zijn in een inheemse basisgroep maakt het mogelijk om de politieke, sociale en culturele omgeving van het gastland rechtstreeks te beleven. Gelijktijdig kunnen de vrijwilligers hun kennis en vaardigheden inbrengen en daarmee het werk van hun partnergroep ondersteunen.
In het bijzonder de aspecten van leren en terugkoppeling van de ervaringen naar het thuisland zijn een centraal onderdeel van het programma. Door het regelmatige contact van de vrijwilliger met een ondersteuningsgroep en door intensieve PR-werkzaamheden wordt – zo is de bedoeling – een directe dialoog en een rechtstreeks partnerschap tussen “eerste” en “derde” wereld mogelijk. De ervaringen van de vrijwilliger vloeien door het nauwe contact met hun ondersteuningsgroep naar onze welvaartsmaatschappij terug. Problemen van de zogenaamde onderontwikkeling, die we anders slechts in de vorm van abstracte getallen kennen, worden door het persoonlijke relaas van de vrijwilliger veel beter grijpbaar.
De weg tot de solidaire leer- en vakdienst
Zo kan een solidaire leer- en vakdienst ontstaan:
- Een basisgroep in een industrieland (derde wereld winkel, kerkgemeenschap, actiegroep…) staat met een projectpartner in een zogenaamd ontwikkelingsland in verbinding.
- De partner in het buitenland uit de wens, om voor enige tijd (in de regel twee jaar) een persoon uit de partnergroep in haar midden op te nemen
- De geïnteresseerde persoon neemt contact op met EIRENE en solliciteert, de partnerorganisatie in het zuiden vraagt de vrijwilliger bij EIRENE schriftelijk aan, en de Europese basisgroep verklaart zich bereid om de vrijwilliger te ondersteunen. EIRENE neemt daarop contact op met de partnergroep in het buitenland en voert een projectbeoordeling uit.
Voor een positief besluit is voorwaarde:
- De sollicitant kan zich identificeren met de basisdoelstellingen van EIRENE.
- Het werk van de lokale partners moet passen binnen de algemene criteria van EIRENE (zie grondbeginselprogramma "Quo Vadis").
- De sollicitant wordt naar aanleiding van een selectieweekend door EIRENE geaccepteerd.
- De sollicitant is minstens 21 jaar oud en moet over een beroepsopleiding beschikken. In de regel wordt een ontwikkelingswerkercontract voor een diensttijd van ten minste twee jaar afgesloten. In het kader van een vrijwilligerscontract is een kortere inzet mogelijk.
- De sollicitant ziet zichzelf in staat om een deel van de kostendekking door middel van de opbouw van een ondersteuningsgroep te bewerkstelligen.
Als een positieve beslissing genomen is, dan is EIRENE
behulpzaam bij de voorbereiding en begeleiding van de dienst:
- Bij de voorbereiding: tweeweekse vertrekcursus bij EIRENE, ongeveer 3 maanden voorbereiding op land en taal bij de Duitse Stichting voor Internationale Ontwikkeling, etc.
- Bij de financiële afwikkeling (geldtransfer, etc.)
- Bij de regeling van allerlei verzekeringsvraagstukken
- Bij het afsluiten van het contract
- Eventuele hulp bij de opbouw van een ondersteuningsgroep en PR-werkzaamheden met het oog daarop
- Kost en inwoning en tussentijds seminar van een week tijdens de inzet in het buitenland.
Naast het dienstcontract tussen EIRENE en de vrijwilliger wordt in aanvulling een verdrag over de samenwerking met de partnerorganisatie gesloten en een overeenkomst gesloten met de ondersteuningsgroep.
De rol van de ondersteuningsgroep
De ondersteuningsgroep heeft twee centrale functies:
- Om de ervaringen van de vrijwilliger naar onze welvaartsmaatschappij terug te laten vloeien en een brede, directe dialoog tussen de “eerste” en “derde” wereld mogelijk te maken, is een nauw contact tussen de vrijwilliger en de ondersteuningsgroep noodzakelijk. Door regelmatige nieuwsbrieven en de persoonlijke berichten van de vrijwilliger worden de levensomstandigheden in de zogenaamde “derde” wereld voor de mensen in de ondersteuningsgroep op zijn minst indirect ervaarbaar. De ervaringen van de vrijwilliger kunnen tijdens informatieve evenementen, krantenartikelen, etc. in bredere kring toegankelijk gemaakt worden: De samenhangen tussen ontwikkeling en onderontwikkeling worden zo door concrete voorbeelden duidelijk.
- Bovendien financiert de ondersteuningsgroep door regelmatige donaties in een aanzienlijke mate de kosten van de buitenlandse dienst, evenals van de voorbereiding en nazorg.
Kosten en financiering van de solidaire leer- en vakdienst
EIRENE levert een maandelijkse bijdrage aan de financiering van de SLFD (per maand 560,- euro voor ontwikkelingswerkers, 355,- euro voor vrijwilligers). Voor het levensonderhoud en de begeleiding van de vrijwilliger worden kosten gemaakt, waarvoor de ondersteuningsgroep maandelijks 260,- euro aan EIRENE vergoedt.
Bij een solidaire leer- en vakdienst met een ontwikkelingswerkercontract zal – inclusief pensioenbijdragen en reïntegratiebijstand na terugkeer in het thuisland - ongeveer 2.000,- euro maandelijks nodig zijn. Dit varieert naar gelang de kosten voor levensonderhoud in het gastland. Aan de financiering draagt EIRENE met 560,- euro bij. De ondersteuningsgroep moet ook nog een financiering van ca. 1.440,- euro per maand opbrengen.
In het geval van een vrijwilligerscontract, zonder de sociale lasten in het kader van (Duitse) arbeidswetgeving, bedragen de maandelijkse kosten ongeveer 755,- tot 985,- euro per maand, waaraan EIRENE met 355,- bijdraagt. De ondersteuningskring moet hier de overige kosten, die tussen de 400,- en 630,- euro per maand liggen, financieren.
Steeds opnieuw horen wij: "Dit bedrag kunnen wij niet opbrengen". Tegenover deze zorgen staat onze ervaring, dat van de tot nu toe meer dan 120 solidaire leer- en vakdiensten er geen enkele stukliep omdat het geld niet toereikend was. Alle vrijwilligers slaagden erin hun financiering rond te krijgen. Over de materiele ondersteuning van zijn contactgroep in zijn woonplaats thuis schrijft een SLVD-vrijwilliger:
"Ik was sceptisch, of dat zou functioneren. En ik ben aangenaam verrast. Niet alleen in materiële zin voel ik me door hen gedragen. Het daagt me zeer uit om dat wat ik hier doe en van plan ben kritisch onder de loep te nemen, want ik leef en werk hier met het geld van hen die dichter bij me staan als een willekeurige anonieme grote organisatie.”


