Nicaragua, een korte reis door de recente geschiedenis
Tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw was het
Midden-Amerikaanse land Nicaragua een klassiek voorbeeld van een
ontwikkelingsland: een tropisch landbouwstaatje met een arme bevolking
en een kleine rijke elite.
Het unieke van Nicaragua echter ligt in de recente politieke
geschiedenis. Nicaragua is een van de weinige landen in Latijns
Amerika, waar een guerrillabeweging ooit aan de macht kwam.
De Nicaraguaanse revolutie van 1979 was een reactie op de dictatuur van
de familie Somoza, die sinds de jaren dertig de scepter zwaaide in het
land.
De guerrillastrijders die in juli 1979 de laatste Somoza-telg
verjoegen, hadden als boegbeeld Augusto Cesar Sandino, een generaal die
sinds de jaren twintig tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Nicaragua
vocht. Generaal Sandino werd in 1934 na afloop van vredesbesprekingen
met de toenmalige opperbevelhebber en bondgenoot van de Verenigde
Staten, Anastasio Somoza, door hem in een hinderlaag vermoord. Aan deze
generaal Sandino ontleenden deze guerrillastrijders hun naam:
Sandinistisch Front voor de Nationale Bevrijding (Frente Nacional de
Liberación Nacional (FSLN))
Na hun overwinning op 19 juli 1979 vormden de Sandinisten met hun
maatschappelijke bondgenoten 11 jaar lang “de regering van
nationale wederopbouw”, met aan de leiding
“comandante” Daniël Ortega (na de
verkiezingsoverwinning van het FSLN in 1984 werd hij president). Het
revolutionaire elan der Sandinisten zorgde er voor dat op allerlei
gebieden van het dagelijks leven grote veranderingen plaatsvonden. Om
er enkele te noemen: er vond een nationale alfabetiseringscampagne
plaats, waardoor duizenden ongeletterden leerden lezen en schrijven,
onderwijs werd toegankelijk voor iedereen, landloze boeren kregen een
stuk grond toegewezen, onteigend van Somoza-getrouwen die naar Miami
waren gevlucht, de gezondheidszorg werd gratis en een basispakket aan
voedsel werd via een uitgebreid subsidiestelsel gegarandeerd. Deze
veranderingen stuitten echter op heftig verzet van de Nicaraguaanse
elite en de Verenigde Staten. Om een eind te maken aan dit
Sandinistische bewind begon de Verenigde Staten vanaf 1982/1983
contrarevolutionaire rebellen te ondersteunen, met financiële
middelen en militaire adviseurs en materieel. De oorlog die volgde
heeft het land volledig ontwricht. Door de grote druk van de
oorlogsuitgaven op de nationale begroting en sabotage-activiteiten van
de kant van de contra’s kon de “regering van nationale
wederopbouw” haar plannen niet uitvoeren.
In 1990 kwam aan het Sandinistische experiment een einde, omdat het
FSLN de parlements- en presidentsverkiezingen verloor. De bevolking was
oorlogsmoe, de economische situatie was rampzalig en er was onvrede
over de autoritaire trekjes van het systeem, die mede veroorzaakt
werden door de oorlogssituatie.
Van 1990 tot januari 2007 heersten er in Nicaragua
rechtsgeoriënteerde presidenten, gesteund door de aloude
oligarchie, die in deze periode hun best hebben gedaan om de
verworvenheden van de Sandinistische Revolutie weer ongedaan te maken.
Of de Sandinistische Revolutie een blijvende mijlpaal in de
geschiedenis van Nicaragua zal zijn, zal in de komen jaren moeten
blijken, temeer nu de toenmalige president Daniël Ortega door het
winnen van de algemene verkiezingen sinds januari 2007 wederom aan de
macht is. Voor de huidige ontwikkelingen in Nicaragua geldt in ieder
geval dat ze alleen te begrijpen zijn vanuit de omslag die in de jaren
’80 in haar geschiedenis heeft plaatsgevonden. In hoeverre het
revolutionaire elan van de jaren ’80 ook in de nabije toekomst
het politieke, sociale en culturele leven in Nicaragua zal blijven
kleuren zal nog moeten blijken.


