De huidige maatschappelijke en economische situatie in Nicaragua
De algemene levensomstandigheden in Nicaragua zijn in de afgelopen jaren, door de oorlog en een neo-liberale economische politiek, steeds slechter geworden. Al in 1998 ging de UNDP er van uit dat 72 % van de huishoudens in armoede leeft; actuele inschattingen spreken nu van 80 %. Een bijzondere rol speelt hierin de werkloosheid. Betrouwbare organisaties gaan uit van een percentage van 65 % werklozen. Maar ook de overlevingsstrijd van de werkende mensen wordt steeds moeilijker. Ondervoeding en eenzijdige voeding zijn in Nicaragua aan de orde van de dag. Het land behoort tot de landen met de laagste voedselzekerheid in de gehele wereld. Conflicten rondom de eigendom van landbouwgrond, onder andere vanwege de terugkomst van Miami-Nicaraguanen, die hun land weer opeisen, de erosie van agrarische gebieden in het bergland en de slechte kwaliteit van de grond spelen een grote rol, evenals de dalende koopkracht van de Nicaraguanen. Deze desolate situatie wordt door natuurrampen zoals enkele jaren geleden de orkaan Mitch en sterke klimaatschommelingen (El Niño) verder versterkt. De omvangrijke bilaterale en multilaterale “hulp” vanuit het buitenland en de in het vooruitzicht gestelde opname in de HIPC-initiatief (Heavyly Indebted Poor Countries) met schuldenverlichting hebben aan deze situatie weinig kunnen veranderen.Ook al is de tijd van de contra-oorlog al jaren geleden, het land lijdt nog steeds aan de gevolgen van dit decenniumlange gewapende conflict. Delen van het land zijn nog steeds bezaaid met landmijnen, waardoor regelmatig ongelukken gebeuren met volwassenen (bijvoorbeeld boeren die nieuwe land willen ontginnen) en spelende kinderen. Er lopen nog steeds gedemobiliseerde militairen en gedemobiliseerde contra’s rond die nog nauwelijks gereïntegreerd zijn in de samenleving. Velen van hen waren ten tijde van de burgeroorlog nog erg jong en hebben derhalve nooit een degelijke opleiding of een vak geleerd, waardoor de toch al beperkte werkgelegenheid voor hen nauwelijks toegankelijk is. Minderwaardigheidsgevoelens probeert men vaak door alcohol, drugs en geweldpleging te compenseren. Uit frustratie sluiten zich dientengevolge veel van deze door de burgeroorlog ontwortelde mannen (en een enkele vrouw) aan bij gewapende groepen, die middels geweld hun desolate situatie onder de aandacht willen brengen of gewoon door middel van roofovervallen in hun levensonderhoud proberen te voorzien. Soms worden ze ook als handlangers in dienst genomen door plaatselijke criminelen, wat met name in het noorden van Nicaragua steeds weer tot onrust onder de bevolking leidt. En niet zelden zijn ze in dienst van uit Miami teruggekeerde grootgrondbezitters die via intimidatie en geweld hun vroegere landeigendom proberen terug te krijgen.
Er is in Nicaragua nog steeds sprake van sociale achterstelling van vrouwen. Deze achterstelling is ook in de wetgeving terug te vinden. Onlangs is er een wet door het parlement aangenomen, waarbij abortus in alle gevallen strafbaar wordt gesteld, zelfs in geval van zwangerschap als gevolg van verkrachting en zelfs wanneer abortus medisch noodzakelijk is om het leven van de vrouw te redden (“aborto terapeutico”). Veel vrouwen worden jong zwanger (niet zelden door verkrachting). Kinderen groeien vaak in grote armoede op bij de moeder (de vader is vaak uit beeld) . Er bestaan statistieken die ervan uitgaan dat 38 % van deze vrouwen in extreme armoede verkeren. De achterstelling van de vrouw blijkt ook uit het feit dat erg moeilijk is voor een vrouw om een lening af te sluiten en weinig vrouwen zijn in het bezit van land. De omstandigheden waaronder vrouwen moeten werken zijn ook onder de maat.
Naast de seksuele ongelijkheid valt er nog veel te verbeteren in het onderwijs. Veel mensen kunnen niet lezen en schrijven, hoewel hier momenteel in de nationale alfabetiseringscampagne wel grote successen wordt geboekt.
Het blijkt dat veel mensen niet op de hoogte zijn van hun rechten. Deze situatie maakt het voor veel mensen onmogelijk om hun rechten te verdedigen en op te eisen. Zo zijn er bijvoorbeeld op het platteland veel sociale en juridische problemen ten aanzien van de eigendom van de beschikbare grond.
De landbouwcoöperaties uit de periode van de Sandinistische Revolutie in de jaren tachtig zijn verdwenen sinds in 1990 opeenvolgende rechtsgeoriënteerde regeringen de macht hadden overgenomen. De corruptie is groot. Veel gezagdragers hebben zichzelf land toegeëigend. Bovendien zijn er niet altijd bewijsstukken van de eigendom aanwezig en dit kan tot grote onzekerheid en conflicten leiden. Een betere toegang tot het recht en de rechtspraak is daarom voor grote groepen kleine boeren onontbeerlijk om de eigendomsrechten, die ze ten tijde van de Sandinistische Revolutie hadden gekregen, te kunnen verdedigen.
Bovenstaande problemen hebben een verlammende uitwerking op de economische en sociale ontwikkeling en opbouw van het land.


