Burgerparticipatie
Sinds enkele jaren wordt de participación ciudadana (burgerlijke participatie) sterk gestimuleerd. Deze medezeggenschap van de burger in politiek zaken is vastgelegd in de Ley de Participación Ciudadana (Wet op de Burgerlijke Participatie). Burgers hebben het recht deel te nemen aan zogenaamde Consejos de Desarrollo Municipal. Dit zijn pluriforme adviesorganen van de Gemeenteraden. Deze adviesorganen zijn georganiseerd op wijkniveau, departementsniveau en zelfs nationaal niveau.Met het aantreden van president Ortega in januari 2007 is er door de regering echter een parallelle structuur in het leven geroepen: de Consejos de Poder Popular (CPP’s), de Raden van Volksmacht. De echtgenote van Ortega is hiervan de voorzitter. Het is de bedoeling dat deze CPP’s pluriform worden samengesteld en op allerlei niveaus medebeslissings- en “hulp”organen zijn voor de regering. In de praktijk beschouwen de oppositiepartijen deze Consejos echter als partijorganen in dienst van de regering, die de al bestaande participatiestructuur doorkruisen.
Het zal duidelijk zijn dat economische en politieke belangentegenstellingen en het onderlinge wantrouwen tussen de verschillende maatschappelijke sectoren politieke polarisatie in de hand heeft gewerkt.
Na de optimistische geluiden bij aanvang van de regering Ortega neemt de bezorgdheid dan ook toe allengs toe of Daniël Ortega en de zijnen wel in staat zullen zijn om de lange traditie van corruptie, van zelfverrijking door politieke functionarissen en van mismanagement op ministeries en andere overheidsinstanties te doorbreken en een politiek klimaat te scheppen, dat vertrouwen wekt voor de toekomst. De politieke arena wordt namelijk beheerst door het feit dat Daniël Ortega met slechts 38 % van de stemmen tot president is gekozen. Zijn partij, het FSLN, heeft geen meerderheid in het parlement en is voor de uitvoering van haar beleidsplannen en het maken van nieuwe wetgeving afhankelijk van andere partijen. Met name is dit de PLC (Partido Liberal Constitucionalista), een conservatief liberale partij, met wie het FSLN schijnbaar uit opportunistische overwegingen sedert het jaar 2000 een Pakt heeft gesloten, dat hierin resulteert dat beide partijen samen de politieke besluitvorming domineren.
Terwijl de FSLN-regering vanuit haar revolutionaire oorsprong haar prioriteiten en activiteiten zou moeten richten op de verbetering van de leefomstandigheden van de armste groepen van de bevolking en op politieke en sociale cohesie en stabiliteit tussen de verschillende sectoren van de samenleving, brengen de noodzaak tot het sluiten van politieke compromissen met deze conservatieve PLC en de eerdergenoemde belangentegenstellingen en praktijken deze stabiliteit juist in gevaar en hebben bij grote delen van de bevolking, met name bij arme gemarginaliseerde groepen, slechts een demoraliserende en demotiverende uitwerking.
Tegen de achtergrond van deze spanningen en het precaire maatschappelijke en politieke evenwicht wordt duidelijk dat organisaties van de civiele maatschappij een belangrijke rol spelen bij de bescherming en handhaving van de democratische structuren en bij de inzet voor een evenwichtige economische en maatschappelijke ontwikkeling van het land.
De eerbiediging van de meest elementaire mensenrechten op staatkundig, economisch, sociaal en cultureel gebied is voor deze maatschappelijke organisaties het meest cruciale element van een democratische rechtstaat en essentiële voorwaarde voor deze ontwikkeling. De traditie van het recht van de sterkste wordt door deze organisaties als abnormaal beschouwd en wordt dan ook fel bestreden. Een van deze organisaties is het Centro Nicaragüense de Derechos Humanos (CENIDH).


