Einde van een project
Na ruim 6 jaar in Dosso te hebben gewoond en gewerkt ben ook ik in januari verhuisd naar de hoofdstad Niamey. Dat heeft verder niets te maken met de rebellen in het noorden van Niger (ruim 800 km van Dosso vandaan) maar komt doordat we niet meer constant ter plekke nodig zijn. Zoals gepland werd het plattelandsontwikkelingsprogramma ASAD/KOOKARI van EIRENE op 31 december 2007 overgedragen aan de lokale organisaties: 4 unies van plattelandsgroepen, een lokale NGO: AID KOOKARI en de microkrediet instelling COOPEC HINFANI. Nu bijna 15 jaar na het eerste contact van EIRENE met de bevolking van de Regio Dosso zijn de vruchten van de diverse projectfases op diverse terreinen duidelijk te zien.Op het gebied van de participatie van vrouwen is veel bereikt, ook al blijft een gedeelte daarvan onzichtbaar voor de buitenstaander. Zichtbaar is vooral de levendige participatie van de vrouwen tijdens openbare bijeenkomsten en vergaderingen van hun organisaties, ook de graanmolens die hun veel tijd besparen en de waterputten in of dicht bij het dorp dragen ertoe bij dat ze meer tijd beschikbaar hebben voor ander werk (waaronder vaak inkomen creërende activiteiten). Inkomen creërende activiteiten worden niet alleen middels kredietvoorzieningen ondersteund maar ook met training en begeleiding; dit alles heeft er volgens de vrouwen zelf naartoe geleid dat ze zowel binnen hun gezin als binnen hun dorp zelfstandiger zijn geworden en meer gewaardeerd worden waardoor ze ook meer in te brengen hebben gekregen. Behalve dit effect draagt het verhoogde inkomen (ook mannen hebben toegang tot krediet en begeleiding) bij aan het verminderen van de armoede tezamen met de trainingen op landbouwgebied die de vermindering van de productie per ha en het verlies van bebouwbare velden door erosie tegengaan. Ook op het gebied van de gezondheidszorg is middels de training van vroedvrouwen, de ondersteuning van het graven van putten, EHBO-ers, dieren EHBO-ers, het oprichten van dorpsgezondheidscomités en van autonome eerste hulp apotheekjes veel verbeterd.
Al deze activiteiten worden grotendeels door groepen of door vanuit de groepen uitgekozen individuen uitgevoerd, deze zelfhulpgroepen staan aan de basis van de door Eirene gepromote methode van ondersteuning aan de “autopromotion” of “zelfhulp”in het Nederlands. Deze methode gaat ervan uit dat de ontwikkeling alleen dan zin heeft wanneer de lokale bevolking zelf het heft in handen kan nemen. Daartoe wordt een proces gecreëerd waarbij door bewustwording en vereniging van krachten van hen die dezelfde doelen nastreven met lokaal beschikbare middelen (inclusief de diensten die door overheidsdiensten, NGO’s en anderen worden aangeboden) de bevolking de ontwikkelingsactiviteiten initieert, begeleidt, waar mogelijk uitvoert en controleert. In de vier gemeentes waar EIRENE dit werk met 50 dorpen en meer dan 130 groepen uitvoerde zijn 4 unies van plattelandsgroepen ontstaan. De laatste drie jaar heeft er veel overdracht plaatsgevonden van de verantwoordelijkheden van het project naar deze unies en naar de door het projectpersoneel opgerichte NGO AID KOOKARI die het werk van het project wil voortzetten en verbreiden, en de plattelandsbank HINFANI die het beheer van het gecreëerde fonds op zich neemt ten bate van de dorpsgroepen. Op deze manier kan de ontwikkeling van de gemeenschappen die met EIRENE hebben samengewerkt, ook doorgaan na het vertrek van EIRENE.
Of dat lukt... ik zelf heb goede hoop ondanks een wat kritische externe evaluatie van het project. De evaluatie zet terecht vraagtekens bij de levensvatbaarheid van de NGO en de bank maar is verder zeer tevreden over de unies van dorpsgroepen. De tijd zal ons leren in hoeverre de bevolking middels de verschillende structuren deze dynamiek vast kan houden en hoe de NGO en de Bank zich zullen ontwikkelen. Ondanks de verscheidene problemen heb ik er vertrouwen in dat EIRENE hier de bevolking daadwerkelijk heeft geholpen het heft in eigen hand te nemen om blijvende verbeteringen in de levensomstandigheden te realiseren en in de toekomst te kunnen realiseren. Ik hoop dat we over een paar jaar de mogelijkheid hebben om de dorpen nog eens te bezoeken om te leren in hoeverre dit EIRENE project nog doorwerkt.
Ander werk
Hoewel ik niet meer in Dosso woon of werk, ben ik toch nog direct betrokken bij hoe het in 2008 gaat met de bevolking en de organisaties die met EIRENE hebben samengewerkt. Eirene heeft me namelijk gevraagd om nog een jaartje mijn contract te verlengen als begeleider van verschillende plattelandsontwikkelingsprojecten vanuit het hoofdbureau van EIRENE-Niger in Niamey. Zodoende ben ik nu onder andere medeverantwoordelijk voor de contacten met de oude projectpartners in Dosso en voor het voorbereiden van een nieuw project in de Regio Téra (meer naar het noordwesten in Niger). Dit is over het algemeen interessant werk maar nog meer bureaugebonden dan in Dosso dus niet altijd even motiverend.Afscheid van Dosso
Na ruim 6 jaar viel het afscheid van Dosso niet makkelijk. Wat het werk betreft was het niet zo moeilijk, in 2008 blijft het contact bestaan en ben ik nog regelmatig in Dosso en natuurlijk hebben we er niet voor niets 3 jaar naar toegewerkt dat we ons zouden terug trekken. Op het privévlak ligt het iets ingewikkelder aangezien het vertrek uit Dosso, ook al is het maar naar de hoofdstad, toch het begin van een definitief vertrek inluid. We mogen niet klagen hoor via telefoon en mail is er vrij intensief contact mogelijk met de vrienden en kennissen die we daar opgedaan hebben, Xavier heeft zich snel aangepast en vindt het prima op de Franse School in Niamey, Sylvia heeft eindelijk een goede school gevonden om alsnog haar middelbare school diploma te halen en sporters vind je overal, maar toch. Net als voor mijn eerste vertrek uit Nederland om voor 2 jaar te gaan werken in Afrika was voor mij het afscheid van de sporters in Dosso het moeilijkst. Maar ook daar hoop ik dat de ondersteuning die ik gegeven heb niet in onvruchtbare aarde is gevallen, dat de clubs blijven bestaan en door zullen gaan om te proberen zoveel mogelijk mensen de mogelijkheid tot sporten te bieden en om het niveau van hun sporters en teams te blijven verhogen.Onze tijd in Dosso was een turbulente met moeilijke (overlijden van mijn laatste opa en oma’s, het overlijden van 2 projectmedewerkers waaronder een goede vriend zeer bruusk en de chauffeur zeer langzaam door AIDS, en van onze bewaker; Sylvia en Xavier een tijd in Nederland) en zeer mooie ervaringen (het goede verloop van het project, onze tweede zoon, een van mijn atletes die aan de Olympische Spelen mee mocht doen, verscheidene nationale overwinningen en goede prestaties). Al met al sluiten we deze tijd tevreden maar ook met plezier af. Tijd voor een nieuwe uitdaging ?!


